HET GEBED OM DE DOOP MET DE HEILIGE GEEST

“En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.” (Handelingen 1: 4 en 5)

Het gebed om de doop met de Heilige Geest. Het is een beloofde gave voor de prediker. Het is een nodige en beloofde gave voor Gods Kerk. Het is een gezegende gave voor verloren zielen binnen en buiten de kerkmuren. Er zijn immers nog veel verloren zielen binnen de kerk. Als Gods Geest wordt uitgestort op de predikers, gaat het ook over op de levende Kerk. De Geest wordt dan ook uitgestort op de christenen zelf. Kijk maar naar wat we in Handelingen 8 vers 4 lezen toen de gemeente vervolgd werd. Er staat: Zij dan nu, die verstrooid waren, gingen het land door, en verkondigden het Woord. Dat waren geen predikers of apostelen. Het waren gewone christenen. Ze verkondigden het Woord. Waar ze ook heengingen, verkondigden ze het Woord.

We kunnen als gemeente een evangelist aanstellen en dat is goed. Maar het is nog veel mooier als elk kind van God evangelist wordt. U gaat dan getuigen wat de Heere ons heeft bekendgemaakt, wat u hebt gezien van de heerlijkheid van onze Heere Jezus Christus en van Zijn genade, over wat u hebt gezien van wat Hij heeft willen doen om uw schande weg te dragen op het kruis. Als u mag geloven en vertrouwen wat Hij nu voor u doet, biddend aan de rechterhand van de Vader. Elke keer als Hij zonden ziet die we weer doen, pleit Hij op Zijn verdienste in leven en dood voor het aangezicht van Zijn Vader.

Als u daarvan door de week mag getuigen als kind van God, gaat de wereld iets horen wat ze anders niet horen, want zij komen immers niet in de kerk. Zij komen niet hier luisteren. Maar als ze naar u luisteren en zien dat u iets uitstraalt, dan kan het zijn dat de vonken van uw vuur vlam vatten in anderen.

Ik las onlangs een gezegde dat me erg trof. Het werd gezegd over christenen in de vroege kerk. Ze waren zó hemelsgezind dat ze van weinig aards nut waren. Maar hoe is het met ons? Zijn wij zó aardsgezind dat wij van weinig hemels nut zijn? Wat is dat erg!

Wat is de doop met de Heilige Geest nodig in onze tijd. Want wat gebeurt er als God Zijn kerk doopt met de Heilige Geest? Er komt dan een overtuiging, een jaloers verlangen, een innig zoeken naar God.

We zullen dan de uitroep weer horen die zo weinig gehoord wordt. ‘Dominee, wat moet ik doen om zalig te worden?’ Wat zou het verblijdend zijn als we deze vraag eens meer kregen te horen? We horen dan meisjes en jongens, vrouwen en mannen die de Heere niet meer kunnen missen en het ervaren dat ze voor God niet kunnen bestaan. Mensen die in hun verwarring en in hun overtuiging uitroepen: ‘Wat moet ik doen om zalig te worden?’ Ik krijg niet zo vaak zulke vragen.

Een geestelijk opleving is nodig binnen de kerk. Wat is het stil in de Christelijke gemeenten! Is het niet alarmerend dat er zoveel mensen zijn die wekelijks in de kerk zitten zonder enige verandering, behalve de verharding van hun hart? Hoelang zit u al onbekeerd en ongevoelig in de kerk? Hoe komt dat? Verharding is Gods oordeel op het verwerpen van Zijn Woord. Verharding is de vrucht van het weerstaan van de Geest die met onze ziel strijdt. Verharding is niet alleen maar een oordeel; het is een zwáár oordeel.

Maar kijk wat er gebeurt als Gods Geest wordt uitgestort. We lezen daarover in Handelingen 5 vers 11: En er kwam grote vreze over de gehele Gemeente, en over allen, die dit hoorden. Over de gelovigen en degenen die om hen heen woonden. Ze begonnen toch iets te merken. Zo’n vrees is op zich niet zaligmakend, maar wel heilzaam en gunstig. Ik las iets van John Bennett over de opwekkingen in de achttiende en negentiende eeuw. Hij schreef: ‘Velen die niet vernieuwd werden door de genade van God werden onder krachtige beperkingen gelegd door de overtuiging van hun geweten. Met de moraal werd het beter. Het publieke geweten sprak sterk en overtuigend. Dat de dienst van God zeer belangrijk was, werd gezien door een grote menigte van onbekeerde mensen.’

Zo is het nu niet. Wij tellen echt niet mee in ons ontkerstende land. We worden aangezien als achterlijke christenen omdat we nog in een Boek geloven dat allang achterhaald is. Waarom wordt er zo over Gods Kerk gesproken? Omdat er zo weinig kracht van ons uitgaat!

Ik roep u op om als Kerk van God deze week op uw knieën te gaan met belijdenis van schuld. Doe het eendrachtig. Zoek elkaar op om elkaar aan te moedigen te volharden in zo’n gebed.

Ds A.T. Vergunst