HET GROTE VERLANGEN
‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom!’ Openb. 22:17a
Het heilsfeit van Pinksteren spreekt van vervulling. Door de uitstorting van de Heilige Geest op de grote pinksterdag te Jeruzalem werden de harten van de discipelen vervuld. Pinksteren ziet op de volheid van en de vervulling door God de Heilige Geest. Het gaat echter om meer dan vervulling. Pinksteren spreekt ook van verlangen, groot en vurig verlangen. Dat klinkt al door in de preek die de apostel Petrus op de pinksterdag heeft gehouden. Want de grote werken Gods, waar hij zo rijk van spreken mag, geven hoop en verwachting voor nog grotere dingen. De einden van de aarde zullen immers gaan delen in het heil des Heeren. Het volbrachte werk van Christus, de rijke uitstorting van de Heilige Geest spreken van een voortzetting en voltooiing van de grote werken van God. Dit geeft verwachting. Verlangen naar de voleindiging van Gods grote daden klinkt door in dat ene woordje uit de tekst: ‘kom’. Dit woord is het woord, dat de Geest spreekt en de bruid zegt het na. De Geest Zelf zegt: ‘kom’! Hoe bijzonder is dit. De Geest, Die van God is uitgegaan, roept om de voleinding van het Gods werk in de wereld.
Wij vinden de Geest op de eerste bladzijde van onze Bijbel waar het gaat over het begin van Gods werk in de wereld. In den beginne, toen de aarde woest en ledig was, zweefde de Geest Gods op de wateren. Levenwekkend, roepend, uitziende naar de openbaring van Gods scheppingswerk. Op de laatste bladzijde van onze Bijbel ontmoeten we de Heilige Geest opnieuw. Opnieuw is er sprake van het roepend, verlangend uitzien van de Geest. Waar ziet de Heilige Geest naar uit? Waar gaat het om als de Heilige Geest zegt: ‘kom’? De Geest roept om God, om de volmaking van het werk van God in de wederkomst van Christus. De Geest, als de Bruidswerver van Christus, verlangt naar de grote dag waarop Christus en Zijn bruid voor eeuwig samen zullen zijn. Hij heeft het op Zich genomen om voor Christus een bruid bijeen te vergaderen. Hij trekt zondaren uit de duisternis, maakt het gepredikte woord levend en krachtig in zondaarsharten, overtuigt van zonde, verwekt een droefheid naar God die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt. De Heilige Geest doet zondaren naar Christus vragen met smeking en geween. Hij bewerkt de vereniging tussen een rijke Zaligmaker en een arme zondaar. De Geest legt de band van het geloof in het hart waardoor Christus en de Zijnen met elkaar verbonden worden. Hij onderhoudt ook dat goede werk wat Hij begon. Hij neemt het uit Christus opdat Christus verheerlijkt zal worden. Zo is de Geest van Pinksteren de Uitvoerder van Gods grote daden in het zaligen van zondaren. Hij leidt dat werk naar de volheid. Op weg daarheen bidt de Geest om Jezus’ komst. De Geest heeft zowel de Bruidegom als de bruid lief. In Zijn liefde voor de Bruidegom en in Zijn trouw aan de bruid past dit gebed om Jezus’ wederkomst.
Niet alleen de Geest verlangt, maar ook de bruid verlangt naar de volkomenheid. Ook de bruidskerk van Christus zegt: ‘kom’. Het gebed van de bruid is vrucht van het gebed van de Geest. De Geest zucht in hen, bidt in hen. Allen die door de Geest van Pinksteren in de waarheid worden geleid gaan met droefheid en berouw de zonde en de gevolgen van de zonde zien. Wat een verlorenheid! Wat een schande! Dit doet Gods kinderen zuchten… Zuchten onder het gewicht van de zondeschuld. Zuchten vanwege de oneer die God is en wordt aangedaan. Zuchten omdat ik zo’n ellendig mens ben… Kent u, ken jij dat zuchten? Dat verlangen vanuit de gebrokenheid naar die eeuwige toekomst waarin God verheerlijkt zal worden, waarin er geen zonde, vloek en dood meer zijn zal? Kennen wij deze gestalte van de bruid die een groot verlangen heeft om bij de Heere te zijn? Al deze vragen kunnen we toespitsen met het vermaan van Petrus: ‘Hoedanigen behoort gij te zijn in heilige wandel en godzaligheid! Verwachtende en haastende tot de toekomst van de dag Gods’ (2 Petrus 3:11,12). Zo geeft Pinksteren heel wat te denken over ons staan in de wereld en over de toekomstverwachting die wij hebben. Misschien is het uw, jouw vraag wel: hoe kom ik tot deze gezegende levenshouding, tot dit biddend verlangen? In onszelf zullen we het nooit vinden! Wat kleeft onze ziel aan het stof! Juist wanneer de Heilige Geest ons ogen geeft om naar binnen te kijken bij onszelf, gaan we verstaan dat ons hart boos en verdorven is. Maar het is Pinksteren geworden in Jeruzalem. Naar Gods belofte is de Heilige Geest gekomen. Krachtig, hartvernieuwend, levenwekkend doet de Geest Zijn God verheerlijkend werk. Zo kunnen onbekeerde zondaren nog deel krijgen aan Christus en de zaligheid. Daarom bidden wij het de Heere na: ‘Gij Geest! Kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden’. En als Gods Geest in uw hart gekomen is, laat dan deze bede toch veel mogen leven in uw binnenste: ‘Ja, kom Heere Jezus!’
Ds. W. Harinck
